Mathematisch Centrum
Uit Computererfgoed
Bron: http://www.electrologica.nl/historie/mathematisch_centrum.html
1947 - 1956 Computerontwikkelingen bij het Mathematisch Centrum
Onder leiding van A. van Wijngaarden gold het Mathematisch Centrum (MC) te Amsterdam vanaf de late jaren '40 als het toonaangevende instituut op het gebied van informatica in Nederland. Er werden computers ontworpen en gebouwd en regelmatig vonden er colloquia over "Moderne rekenmachines" plaats, waarbij voordrachten werden gehouden en de diverse Nederlandse pioniers elkaar troffen om ideeen uit te wisselen.
Van Wijngaarden had al vroeg het belang van de computer als instrument voor de wetenschapper ingezien en in 1947 besloten dat het MC zich bezig zou gaan houden met de ontwikkeling van een eigen computer. Hij had twee geschikte kandidaten voor de uitvoering van dit project gevonden in de pas afgestudeerde vrienden B.J. Loopstra en C.S. Scholten. Loopstra noch Scholten beschikte over enige ervaring met het ontwerpen van of werken met digitale schakelingen, laat staan computers, en aangezien literatuur over deze onderwerpen in die tijd niet of nauwelijks voorhanden was, besloten de heren e.e.a. proefondervindelijk uit te zoeken.
Na een aantal jaren knutselen kwam in 1952 de ARRA (Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam) gereed, een computer die bestond uit tweedehands relais en een ratjetoe van verschillende andere componenten die men goedkoop wist te bemachtigen. Bij de officiele ingebruikname van de ARRA door de toenmalige minister van onderwijs werden de aanwezigen getrakteerd op een weinig spectaculaire reeks willekeurig gegenereerde getallen. Eventuele fouten zouden op deze manier niet snel worden opgemerkt. Ander nuttig werk heeft de ARRA niet verricht aangezien de machine nooit betrouwbaar heeft gewerkt.
arra ii ARRA II (Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam), 1953
De MC-werkgroep had inmiddels een forse uitbreiding ondergaan en men wilde de waardevolle kennis, opgedaan bij de constructie van de ARRA, graag verwerken in een nieuwe computer. Toestemming voor de bouw van een nieuwe computer kreeg men van overheidswege niet, maar men mocht wel de nodige modificaties aan de al bestaande machine doorvoeren. Zo begon men, de oude ARRA (I) stiekem opzij geschoven, aan een compleet nieuwe machine onder exact dezelfde naam: ARRA (II).
De ARRA II werd in 1953 voltooid en was in vele opzichten een betere computer dan zijn voorganger. Zo werd er ditmaal gebruik gemaakt van een gedegen constructieproces en redelijk betrouwbare onderdelen (electronenbuizen en selenium dioden) en kreeg de machine een doordachte instructieset van de hand van E.W. Dijkstra. Op aandringen van G.A. Blaauw werden de onderdelen gemonteerd op modulaire, verwisselbare plug-units waardoor reparatietijden aanzienlijk werden verkort. Beide heren waren in 1952 door het MC aangetrokken om de MC-werkgroep te versterken.
Omstreeks deze tijd werkte Fokker aan een nieuw geavanceerd vliegtuig-ontwerp waarvoor een aantal zeer tijdrovende berekeningen moest worden gemaakt. Het handmatig laten uitvoeren van deze berekeningen zou zeker jaren in beslag nemen en men was naarstig op zoek naar een manier om dit proces te versnellen. Een oplossing werd gevonden in het automatisch laten uitvoeren van de berekeningen door een computer. In eerste instantie gebeurde dit nog op de ARRA II bij het MC, later op een eigen computer speciaal voor Fokker gebouwd door het MC: FERTA (Fokker's Eerste Rekenmachine Type ARRA). De FERTA was in feite een iets gewijzigde kopie van de ARRA II en is van 1955 tot 1963 in gebruik geweest bij Fokker, waarna de machine werd vervangen door een andere computer van Nederlandse bodem, een Electrologica X1. Het is mede aan deze FERTA te danken dat de Fokker F27 Friendship zo'n enorm succes is geworden.
armac ARMAC (Automatische Rekenmachine MAthematisch Centrum), 1956
Na de drie relatief eenvoudige seriele computers ARRA I, ARRA II en FERTA werd er door de MC-werkgroep een zeer complexe en veel snellere parallelle machine ontworpen. Heeft een seriele computer een aantal slagen (veel klokpulsen) nodig voor bijvoorbeeld een optelling, in een parallelle computer gebeurt dit in een enkele slag. De ARMAC (Automatische Rekenmachine MAthematisch Centrum) voerde in 1956 zijn eerste programma's uit.
Met de ARMAC kwam er een einde aan de activiteiten op het gebied van de computerbouw binnen het MC. In 1956 werd besloten een zelfstandig opererend spin-off bedrijf op te richten waar op commerciele basis verder gewerkt zou worden: N.V. Electrologica.