Behoud van opslagmedia

Uit Computererfgoed

Ga naar: navigatie, zoeken


Inhoud

Problemen bij het behoud van de diverse soorten opslagmedia

Informatie heeft in principe een fysiek opslagmedium nodig, anders gaat die informatie verloren. Dit medium kan een stukje papier zijn, papyrus of steen, of zoals voor software, ponsband en ponskaarten, tape, floppy’s of een CD. Deze opslagmedia hebben echter een beperkte levensduur, maar ook de machines waarmee de informatie van de opslagmedia gehaald wordt, moeten er nog zijn. Zonder dat blijft de informatie wel bestaan, maar is niet meer toegankelijk. Vroegtijdige degradatie van de diverse opslagmedia kan ontstaan door een slechte kwaliteit materiaal waaruit het medium is gefabriceerd, slechte productietechnieken, of door een slechte behandeling en verkeerde opslag. Een ander, meer logistiek probleem is dat de hoeveelheid software met de daarbij behorende doosjes en handleidingen zo veel ruimte inneemt, dat men door ruimtegebrek binnenshuis, toch naar andere, minder geschikte oplossingen zoekt om software op te slaan, zoals bijvoorbeeld in een garage of schuur. Dit is niet bevorderlijk voor de conditie van de dragers: de software die op de dragers staat, kan zo verloren gaan.

Ponsbanden en ponskaarten

Eeuwenlang is papier het opslagmedium geweest voor heel veel informatie. Zelfs in het begin van het computertijdperk maakte men gebruik van papier als opslagmedium. Het voordeel is dat als men het vergelijkt met de andere soorten opslagmedia, papier lang meegaat, mits goed bewaard. Papier is echter een organisch materiaal en dus kwetsbaar voor veel invloeden van buitenaf. In Conserveringsadviezen voor diverse opslagmedia worden de bewaaromstandigheden van papieren ponsbanden en kaarten beschreven. Ponskaarten zijn in principe goed te bewaren. Het nadeel bij de ponskaarten is dat de volgorde waarin de kaarten liggen ook bewaard moet blijven, aangezien één software programma vele kaarten kan bevatten die in maar één volgorde gelezen kunnen worden.

Koffer met ponskaarten

Gescheurde ponsbanden kunnen redelijk makkelijk gerepareerd worden en zijn in uiterste gevallen eventueel ook zonder machines te lezen, al vereist dit wel heel wat gepuzzel. Er kan relatief maar weinig informatie op een ponsband. (http://en.wikipedia.org/wiki/Paper_tape Artikel over ponsbanden en kaarten)

Ponsbanden werden opgerold, maar er bestond ook een systeem waarbij de ponsband als een harmonica werd opgevouwen. Op de vouwen kan echter eerder een breuk ontstaan.

Gevouwen ponsband

Bron: http://gadgets.fosfor.se/history-of-data-storage

Maar ook opgerolde banden lopen de kans om te scheuren.

Opgerolde ponsband

Bron: http://www.chss.montclair.edu/~pererat/3080f.jpg

Ponsbanden werden niet alleen van papier gemaakt, maar ook van synthetische materialen zoals Mylar®. Mylar® is een zeer sterk polyesther film, dat is onstaan uit de ontwikkeling van Dacron®, begin jaren ‘50.

Magnetische tapes

Gegevens van microcomputers werden vroeger opgeslagen op audiocassettes. De programmatuur van de eerste home computers, zoals de Spectrum ZX, lag vast op gewone cassettebandjes. Wekelijks kwamen via de radio in het programma Hobbyscoop vreemde “piepjes”de huiskamer binnen van de bezitters van deze computers. Deze piepjes, bits en bytes, werden meteen op een cassettebandje opgenomen en zo had men weer een nieuw programma om te gebruiken. Er zijn zeer veel verschillende formaat soorten magnetische tapes. De meeste zitten in cartridges (op één spoel) of cassettes (op twee spoelen). Daarnaast zijn er nog de tapes op een open spoel (http://www.nationalarchives.gov.uk/documents/media_care.pdf Een ‘Digital Preservation Guidance Note’, over het behoud en opslag van ‘Removable’Media). Veel verzamelaars geven aan dat de grootste problemen bij het bewaren zijn, dat in de loop der tijd de magnetische eigenschappen van tapes verdwijnen. Ook hebben tapes de neiging te gaan plakken. Het UvA Computermuseum heeft daardoor tientallen tapes moeten weggooien. (http://www.vpro.nl/data/herbert-blankestein-archief/compmus.htm artikel uit NRC Handelblad in 1993 van Herbert Blankestein met Edo Dooijes in het Computermuseum van de UvA).

Magnetisch tape “open reel”

Bron: http://gadgets.fosfor.se/history-of-data-storage

Magneetband is opgebouwd uit een kunststof drager, met daarop een emulsie van magnetiseerbaar materiaal. Deze emulsie wordt aan de drager gehecht met een lijmlaag, de 'binder'. Deze lijmlaag zorgt vaak als eerste voor problemen. Afhankelijk van het soort lijmlaag en de omstandigheden in de ruimte waarin de tape is opgeslagen, kan de lijmlaag al binnen enkele jaren slechter van kwaliteit worden. Wanneer dat gebeurt, raakt de magnetische laag beschadigd of verdwijnt zelfs helemaal van de drager.

Sinds 1960 is de basis van magneetband een dunne polyester laag, soms is nog een extra coating tegen de achterzijde van de drager aangebracht, die zorgt voor een evenwichtiger wikkeling van de tape en die de kans vermindert op elektrostatische lading bij het spoelen. De kunststof drager kan vervormen doordat de cassette onder invloed van wisselende temperatuur en luchtvochtigheid, uitzet en weer krimpt. Hierdoor ontstaat in de cassette een druk die de vervorming veroorzaakt.

Oudere tapes uit de jaren ’40-’50 hebben een drager uit acetaat. Men herkent een acetaat band wanneer er licht doorheen schijnt, als men de tapespoel tegen het licht houdt. Bij een zekere mate van verval ontstaat het ‘vinager syndrome’. Men kan dit herkennen aan de zurige azijn lucht. Tapes met het vinager syndrome moeten ogenblikkelijk van andere acetaat tapes verwijderd worden, daar andere tapes ook aangetast kunnen worden.

De magnetische laag is een geheel van magnetische deeltjes, lijmlaag, coating en andere chemische verbindingen. Samen vormen zij de emulsie. Deze emulsie is gevoelig voor stof en vuil, licht, vochtigheid, temperatuurwisselingen en magnetische velden. (http://www.beeldengeluid.nl Artikel over conservering van magnetische tapes van Beeld en Geluid ).

Diskettes/Floppy’s

Ook de magnetische informatie op diskettes kan verdwijnen. Om de software toch te kunnen bewaren wordt de informatie vaak overgezet op CD’s en DVD’s. Hiervoor moet men, net zoals bij de tapes, nog wel de apparatuur hebben die de betreffende media kan lezen.

Eén van de verzamelaars waarmee ik contact heb gehad, heeft alles op CD/DVD gezet en de floppy’s aan andere verzamelaars doorgegeven. Tweehonderd floppy’s heeft hij zelf nog bewaard om ze in hun oorspronkelijke drives te kunnen afspelen. Daarbij zitten ook originele exemplaren. De meeste verzamelaars zijn er door ondervinding achter gekomen dat opslagmedia zoals diskettes en cassettes het beste in een koele, maar vooral droge ruimte bewaard moet worden. (http://www.expertisecentrumdavid.be/davidproject/teksten/DAVIDbijdragen/Magnetische_dragers.pdf Publicatie over behoud van magnetische dragers)

Diskettes hebben een beperkte levensduur, ze zijn kwetsbaar en laten geen platformonafhankelijke opslag toe. Van een diskette is de kunststof onstabiel en onderhevig aan vervormingen. De metalen bestanddelen van de diskette kunnen de magnetische laag beschadigen. (Thea van Oosten, ICN, tijdens workshop Computers en kunststoffen)

CD-r

Een CD is een optische schijf, waar gegevens op kunnen worden opgeslagen. De drager bestaat uit polycarbonaat. Polycarbonaat is een stevig, hard en doorzichtig materiaal. Daarop ligt de reflecterende laag (vaak aluminium) en daarop de afdekkende laklaag (dit kan cellulosenitraat zijn).

CD’s zijn momenteel de populairste informatiedragers. Ook veel verzamelaars hebben aangegeven een back-up van hun software meestal op CD-r te zetten. De levensduur van CD’s blijkt echter niet bij iedere CD even lang te zijn.

Problemen met CD-r ’s kunnen ontstaan op diverse manieren. Door een slecht productie proces, niet goed aangebrachte lakken, verkeerde soorten lak, kleurstoffen en/of lijmstoffen, of door aantasting, ‘bederf ‘ van de ‘dye’, de stof waar de putjes in gebrand worden. Maar ook de manier waarop de CD’s worden behandeld en opgeslagen, kan problemen veroorzaken.

Bij een fout in het productieproces wordt de aluminium laag van de CD niet helemaal door de UV-laklaag afgedekt. Hierdoor kan het aluminium gaan oxideren. Dit kan zich voordoen bij CD-r, maar ook bij de normale audio CD of CD-rom. Wanneer de lak op de disk is aangebracht moet deze drogen daarna kan de CD bedrukt worden. Wordt de CD echter te vroeg in het drogingsproces van de lak bedrukt, dan kan de inkt zich in de lak vreten. Ook door te snelle afkoeling kunnen scheurtjes in de beschermende laag komen.

Hierdoor wordt ook het aluminium aangetast. Wanneer het aluminium laagje van de CD is aangetast, verkleurt het aluminium en verliest het zijn reflecterende eigenschap. (digidiv.amsterdam.nl Artikel over het feit dat de kwaliteit van CD’s niet of nauwelijks is gegarandeerd.)

Voorbeeld van CD-rot

Bron: www.rdrop.com

De ‘dye’ is een fotogevoelige, organische substantie. Vaak wordt hier cyanine voor gebruikt en in verschillende kwaliteiten. Omdat cyanine een fotogevoelige, organische stof is, kan het snel worden aangetast (fig 8) door licht, vocht, en temperatuurswisselingen. CD-r met een gouden reflecterende laag en een pthalocyanine dye (gold/gold disks)hebben, voor zover nu bekend, de langste levensduur (http;//www.nationalarchives.gov.uk/documents/media_care.pdf Een ‘Digital Preservation Guidance Note’, over het behoud en opslag van ‘Removable’Media). Andere goede eigenschappen van pthalocyanine zijn dat het de meest transparante dye is met de hoogste reflectie en dat men een schonere branding van de laser krijgt, dus betere ‘putjes’.

Helaas wordt pthalocyanine niet vaak gebruikt door de fabrikanten, aangezien het ook de meest kostbare cyanine is.

Afsluitend

Software is niet alleen een immateriële rij bits, van enen en nullen, maar die enen en nullen moeten ook te meten zijn. En moeten ook te meten blijven. Helaas is er nog geen manier gevonden om software honderden jaren leesbaar te houden. De opslagmedia die we nu ter beschikking hebben zullen snel falen. En als software door de tijd niet meer te lezen is, zullen de gevolgen niet langzaam duidelijk worden zoals bij een schilderij, maar meteen.

Ook CD’s zijn niet gemaakt om over 100 jaar nog te functioneren. En zelfs als ze dat nog wel doen, is de afspeelapparatuur inmiddels al door diverse andere systemen vervangen. Voor verzamelaars is dit een dilemma. Want het liefst wil men de oude software op oude hardware gebruiken. Helaas lijkt dit vooralsnog een onmogelijke zaak. Een verzamelaar van IBM computers van voor 1975 geeft al aan dat zijn grootste probleem is om nog een apparaat te vinden die de betreffende media kan lezen. De software zal door het overzetten op andere opslagmedia bewaard kunnen blijven, maar de oude hardware zal niet in zijn authentieke vorm honderden jaren functioneel kunnen blijven, zoals beschreven in Behoud van hardware. Wat men dus altijd goed moet beseffen, is dat het ondanks goed opslaan van software op een goed medium, het ook mogelijk moet blijven om de software op de originele drives te kunnen laten functioneren. Maar oude hardware vergaat snel. Zelfs als je oude machines zou herbouwen, als je dat al zou willen en kunnen, blijven ook deze machines maar beperkt “houdbaar”. Ook deze zullen weer vergaan en zal er wederom naar een nieuwe oplossing gezocht moeten worden. En wat voor nut heeft perfecte authentieke software, op authentieke dragers dan nog voor de verzamelaar, wanneer je het niet op de originele machines kunt draaien….

Natuurlijk zijn er momenteel wel mogelijkheden om deze software op de huidige hedendaagse platforms te gebruiken, maar juist hier moet men zichzelf afvragen wat het doel is. Wil je ‘het functioneren’ van de software laten zien? Of uit nostalgische overwegingen de spelletjes van ‘vroeger’ op je nieuwe PC spelen……

Uiteindelijk zullen we dan uitkomen bij het verzamelen van software volgens de uitgangspunten 1; omdat men de content niet wil verliezen en 2; omdat we een belangrijke historische, technologische of culturele ontwikkeling in de software willen vastleggen. De “computerstrategie”, zoals beschreven in hoofdstuk 3.3, zal echter hoogstwaarschijnlijk door het ontbreken van de oude hardware in zijn authentieke vorm binnen 50 jaar verdwenen zijn.

Conserveringsadviezen

Om de diverse soorten opslagmedia zo duurzaam mogelijk te bewaren, is in Conserveringsadviezen voor diverse opslagmedia, per soort opslagmedium, een lijst opgenomen met conserveringsadviezen.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen